De Mythe van de 'Goede Oorlog': Amerika en de Tweede Wereldoorlog

EPO, Berchem [Antwerp], Belgium, 2000.

De Mythe van de Goede Oorlog verscheen begin mei 2000, bereikte binnen een paar weken de zesde plaats op de "top-tien" (non-fictie) van de onafhankelijke boekhandelaars van Vlaanderen, en hield het vol op die bestseller-lijst tot in september. De eerste druk was toen reeds uitverkocht.

 

Uitgeverij EPO, Berchem (Antwerpen), 2000 :

Generaal Eisenhower beschreef indertijd de Amerikaanse tussenkomst in Wereldoorlog II als de "grote kruisvaart", en voor de meeste Amerikaanse geschiedkundigen is dit conflict - in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Vietnamoorlog - "de goede oorlog"... In dit boek wordt echter gesteld dat Washington indertijd niet ten oorlog is getrokken uit afkeer voor het nazisme en met de bedoeling om democratie, recht en vrijheid in eer te herstellen; het ging om economische belangen, om geld, om winsten...

Een voorbeeld: Ford, General Motors, ITT, Standard Oil (Exxon),Texaco en de andere grote Amerikaanse corporations, die in Washington toen al heel veel invloed hadden, leverden brandstof en allerlei oorlogsmateriaal zonder hetwelk nazi-Duitsland geen Blitzkrieg had kunnen voeren, en hun filialen in Duitsland zelf, zoals GM's Opel en de Fordwerke, produceerden ook na Pearl Harbour tanks en vliegtuigen voor Hitlers oorlogsmachine. Ze maakten daarbij gretig gebruik van slavenarbeiders, ter beschikking gesteld door het nazi regime, en zo boekten ze dikke winsten.

De Mythe van de Goede Oorlog verscheen begin mei 2000, bereikte binnen een paar weken de zesde plaats op de "top-tien" (non-fictie) van de onafhankelijke boekhandelaars van Vlaanderen, en hield het vol op die bestseller-lijst tot in september. De eerste druk was toen reeds uitverkocht.

De Mythe van de Goede Oorlog werd ook voorgesteld op het bekende Antwerpse boekenweekend "Het Andere Boek" in September 2000 en op de Antwerpse Boekenbeurs in November van datzelfde jaar; in beide gevallen werd de auteur geinterviewd door Professor Jaap Kruithof.

Er kwam ook heel wat positieve reactie vanwege de media:

  • De Financieel-Economische Tijd, 13 mei 2000: "In De Mythe van de Goede Oorlog haalt de Canadese belg Jacques R. Pauwels de dubieuze rol aan van grote bedrijven als General Motors en Ford, die maar wat graag met Hitler in zee gingen. Business as usual, was hun motto".
  • De Morgen, 17 mei 2000: "De Mythe van de Goede Oorlog is een toegankelijk en vlot geschreven boek... De lezer krijgt het gevoel te worden ondergedompeld in een bad vol verfrissend gedachtengoed. Het boek zet tot denken aan..."
  • Het Utrechts Nieuwsblad/De Amerfoortse Courant, 10 juni 2000: "Pauwels wil af van de orthodoxe en conventionele feel-good history en van de militaire trommel en trompet-geschiedschrijving".
  • Solidair 14 juni 2000: "Prachtig boek over Amerika en de Tweede Wereldoorlog"
  • Het Nieuwsblad-De Gentenaar, 16 juni 2000: "Pauwels ontkracht mythes over Amerikaanse betrokkenheid in W.O. II en Koude Oorlog"
  • Radio-reporter Bart Stouten in "Het Pak van Sjaalman", VRT 3 Brussel, 15 juli 2000: "Een zeer heldere, schitterende synthese".
  • Uitpers: Webzine voor Internationale Politiek, juli-augustus 2000: "Een fascinerende boek ... Een must".
  • De Standaard publiceerde reeds op 29 januari 2000 een volledig hoofdstuk van het boek met als titel "De geschiedenis is geen Hollywood-productie"; op 24 augustus publiceerde diezelfde krant echter een negatieve recensie van de hand van Rik Coolsaet."Oorlogsmythes en andere leugens" (in het archief van DS, www.destandaard.be) waarin De Mythe van de Goede Oorlog werd afgedaan als "café-praat"! Mijn antwoord op Coolsaet is te vinden onderaan.
  • Diva-Nieuws van September 2000 publiceerde een artikel, "W.O. II in Kleur" waarin Jan-Pieter Everaerts De Mythe van de Goede Oorlog gunstig contrasteerde met een aantal conventionele "sentimentele cliché-oorlogsdocumentaires" die kort tevoren op TV werden getoond.
  • Boekbespreking in Hermes: Tijdschrift voor Geschiedenis, 4 December 2000: "Stof genoeg voor interessante discussies."
  • Internet-Boekbespreking door Kevin Wolfs van Democratische School, voorjaar 2001: "Het boek bevat veel relevante informatie. Het gebruikte bronnenmateriaal is vrij indrukwekkend...Het is een zeer leesbaar boek, ook voor wie weinig van geschiedenis kent. Ook als je niet met alle interpretaties van de auteur akkoord gaat, na het lezen van dit boek zal je ongetwijfeld met een meer kritische blik volgen wat er over de Tweede Wereldoorlog geschreven wordt. Ik denk dat heel wat onderdelen van het boek kunnen dienen als nuttige aanvulling, illustratie of correctie van onze handboeken geschiedenis."
  • Een paar reacties van lezers: "Uw boek zou verplichte literatuur moeten zijn op alle scholen en universiteiten" (G.C., Morsel); "Een belangrijk en enigszins verontrustend boek, dat een aantal feiten eindelijk eens op een rijtje zet" (M.H., Den Haag).
  • Een Duitse versie verschijnt bij de uitgeverij PapyRossa in Keulen in de late zomer van 2001, en Engelse en Spaanse vertalingen worden voorbereid.
  • De Mythe van de Goede Oorlog is verkrijgbaar bij de uitgever, EPO, en in elke goede boekhandel in België en Nederland. In Noord-Amerika kan het direct besteld worden bij de auteur, voor de prijs van 22 Amerikaanse of 32 Canadese dollars plus verzendingskosten.

CAFÉPRAAT EN KOUDE (EN WARME) OORLOGEN ALS "TRAGISCHE MISVERSTANDEN"

(Antwoord op Rik Coolsaets bespreking van De mythe van de 'goede' oorlog: Amerika en de Tweede Wereldoorlog, in De Standaard der Letteren van 24/08/2000)

In een in mei 2000 bei EPO in Berchem verschenen boek, De mythe van de "goede"oorlog, tracht ik de rol van Amerika in de Tweede Wereldoorlog te verklaren in het licht van economische factoren, in de allereerste plaats de belangen van de grote Amerikaanse corporations die ook reusachtige investeringen hadden in nazi-Duitsland. Ik wijs daarbij niet alleen op de verbindingen tussen economische problemen (zoals de Grote Depressie), sociale problemen binnen Amerika (inclusief stakingen) en problemen van de internationale politiek (bijvoorbeeld Appeasement), maar ik benadruk ook de manier waarop de belangen van die corporations - en van de Amerikaanse "machtselite" in het algemeen - dikwijls forse kronkelingen vereisten in het beleid van Washington, bijvoorbeeld met betrekking tot nazi-Duitsland - eerst goed gezien in de USA en dan een vijand - en de Sovjetunie - eerst een vijand, dan een bondgenoot, en dan weer een vijand. Ik probeer dus om een complex historisch probleem te verklaren, begrijpelijk te maken, inderdaad: te "versimpelen", wat het resultaat daarom niet simplistisch maakt. Dat resultaat is een studie die indruist tegen de dogma's van de conventionele "trommel-en-trompet"-geschiedschrijving, het is inderdaad een "onorthodoxe synthese" waarvan ik in mijn inleiding benadruk dat elke lezer zelf moet beslissen hoe overtuigend ze is.

Bij het Vlaamse publiek in het algemeen is mijn boek goed overgekomen. De Gentse professor Rik Coolsaet houdt er echter niet van, hetgeen hij in zijn recensie in De Standaard der Letteren van 24 augustus een beschaafde manier had kunnen duidelijk maken. Maar nee, er moesten scheldwoorden aan te pas komen, anders ging het niet. "Cafépraat!", schreeuwt hij bijvoorbeeld, omdat ik schrijf dat "gesprekken met vrienden en vreemden in bars en vliegtuigen" ertoe bijgedragen hebben om mijn visie op de oorlog vorm te geven. (Mijn boek berust ook op een paar honderd academische studies die in mijn bibliografie vermeld worden, maar daarover zwijgt Coolsaet, want dat past niet in zijn "cafépraat"-kraam.) Door dialoog met plebejers heeft onze hooggeleerde recensent dus nog nooit iets kunnen leren. Ik wel, veel zelfs. Omdat ik niet geloof dat de wijsheid het monopolie is van academische Fachidioten...

Nochtans kan ik met twee doctoraten (geschiedenis plus politieke wetenschappen), wetenschappelijke publicaties en vele jaren ervaring als docent academische geloofsbrieven voorleggen die wellicht zelfs met die van Coolsaet mogen vergeleken worden. Bovendien heb ik me in Duitse hedendaagse geschiedenis gespecialiseerd, hetgeen helpt verklaren waarom mijn boek binnenkort in Duitsland zal verschijnen. Coolsaet schrijft echter zonder blikken of blozen dat ik "geen weet heb van de positie van Duitsland", natuurlijk zonder zich te verwaardigen van uit te leggen over welke superieure kennis i.v.m. de Duitse kwestie hijzelf dan wel beschikt. Maar hij beschuldigt mij van "intellectuele arrogantie"...
Coolsaet tracht mijn werk te discrediteren door het te associëren met de Amerikaanse "revisionistische" school die in de jaren zestig ontstond en die Washingtons verantwoordelijkheid voor de Koude Oorlog benadrukte. Er is sindsdien een "derde school" op het toneel verschenen, verkondigt hij, die de Koude Oorlog voorstelt as een "tragisch misverstand". Alsof iedereen daarop braaf "amen" moet zeggen! Was de Tweede Wereldoorlog dan misschien ook een "tragisch misverstand"? En de opkomst van Hitler ook? Is de geschiedenis een eindeloze reeks "misverstanden"? Coolsaet mag zich met een dergelijke misverstand-theorie tevredenstellen, maar moet iedereen daarom dergelijke onzin slikken? "Hitler war kein Betriebsunfall", luidt de titel van een werk van de bekende Duitse historicus Fritz Fischer, en van de Koude Oorlog kan men zeker eveneens zeggen dat die niet neerkwam op een spijtig ongeval, op een "tragisch misverstand". Het revisionisme is dus geen dood fossiel uit de sixties, zoals Coolsaet het wil voorstellen, maar is integendeel springlevend, in Amerika en ook elders. Getuige daarvan de uitstekende recente werken van revisionisten zoals Gar Alperovitz (1995), Carolyn W. Eisenberg (1996) en de Duitser Jürgen Bruhn (1995) die in mijn bibliografie vermeld worden. Terloops gezegd: is een "derde" theorie noodzakelijk beter dan een "tweede"? Als er straks een "vierde" theorie opdaagt, krijgt die dan automatisch de waarheid in pacht? Is posterioriteit hetzelfde als superioriteit? Waar heeft Coolsaet logica gestudeerd?

Coolsaet schrijft ook dat de "basisstelling" van mijn boek is dat Washington "van een aanvankelijke pro-Duitse orientatie overschakelde op een bondgenootschap met de Britten en sovjets omdat dit uiteindelijk economisch interessantere perspectieven inhield". Dat mag inderdaad gezegd worden, en ik leg in mijn boek uitvoerig uit waarom. Wat mij betreft mag Coolsaet blijven geloven dat Uncle Sam alleen door idealistische impulsen gemotiveerd was, maar hij heeft niet het recht om alternatieve - en realistischere - interpretaties op arrogante manier als leugens af te wimpelen.
Over Appeasement schrijft Coolsaet dat het "veel ingewikkelder" was dan ik het voorstel. Ik wijd aan dat ingewikkeld - maar daarom nog niet ondoorgrondelijk - thema heel wat aandacht en kom dus zeker niet "zomaar" tot de conclusie dat "de essentie van die politiek" erin bestond "Hitlers antisovjetambities te stimuleren en de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken". Het is een heel verdedigbare stelling, die de thesis vormt van de grondige recente (1998) studie van de Canadese historici Leibovitz en Finkel. Coolsaet zou dat boek eens moeten lezen,maar hij verkiest blijkbaar de sprookjes van zijn fameuze "derde school", voor wie ongetwijfeld ook Appeasement op een "tragisch misverstand" terug te voeren is...
Coolsaet blijkt verder ook diep verontwaardigd dat ik een historicus durf aanhalen die van Roosevelt zegt dat hij de pro-Britse elite in Amerika vertegenwoordigde. Onze recensent zegt niet dat dit niet juist is, maar meent hier "het soort simplistische redeneringen" te erkennen "die na de feiten alles verklaren". Is het Coolsaet nog niet opgevallen dat historici, in tegenstelling tot profeten, de gebeurtenissen onvermijdelijk steeds "na de feiten" verklaren?
Volgens Coolsaet is een van de "fundamentele fouten" in mijn boek dat ik de Koude Oorlog verklaar "als het gevolg van de Amerikaanse nucleaire politiek" terwijl "de Sovjetunie niets anders wou dan een socialistische samenleving opbouwen". Sorry, zo simplistisch verklaar ik de Koude Oorlog helemaal niet. Ik toon aan hoe de Amerikanen (samen met de Britten) eigenlijk al aanvang 1945 met de Koude Oorlog begonnen, namelijk toen zij een gezamenlijk militair optreden met de Duitsers tegen de sovjets onder ogen namen en nazi-oorlogsmisdadigers recruteerden voor hun antisovjetdoeleinden. Van de sovjets benadruk ik herhaaldelijk dat ze nog dringend veel andere dingen wilden dan het socialisme opbouwen: herstelbetalingen vanwege Duitsland, veiligheid tegenover een mogelijk revanchistisch Duitsland, de Curzon-Line als grens met Polen, geen anticommunistische regimes in Warschau. En ja, ze wilden ook het behoud van de Duitse eenheid, want alleen van een onverdeeld Duitsland konden de gigantische herstelbetalingen komen waarop ze eigenlijk recht hadden. De Amerikanen hebben hun echter in al die opzichten keihard tegengewerkt - om redenen waar ik in mijn studie uitvoerig op inga - en dat, samen met Trumans aggressieve atoompolitiek, heeft de Koude Oorlog pas goed in gang doen schieten.

Met zijn argumenten kan Coolsaet onmogelijk de beschuldiging hard maken dat mijn boek zou neerkomen op "een versimpeling die tot leugen wordt". Bovendien zeurt hij bijna uitsluitend over de Koude Oorlog terwijl mijn boek toch de Tweede Wereldoorlog als hoofdthema heeft. Over de essentiële argumenten in mijn boek heeft hij niets te zeggen. Bijvoorbeeld: Waren Henry Ford en vele andere Amerikaanse industriele en politieke leiders in de jaren dertig geen grote bewonderaars van Hitler? Deden Amerikaanse bedrijven geen gouden zaken in nazi-Duitsland dankzij de afschaffing van de vakbonden en Hitlers herbewapeningsprogramma? Had dit alles geen invloed op Washingtons internationaal beleid? Waren Dieppe, Dresden, Hiroshima...ook "tragische misverstanden"? Hebben de Amerikanen na de oorlog niet systematisch verhinderd dat de sovjets van Duitsland de herstelbetalingen kregen waarop ze eigenlijk recht hadden? Over dergelijke belangrijke dingen handelt mijn boek, maar Coolsaet zwijgt erover in alle talen...

Tenslotte nog een woord over Coolsaets bewering dat mijn boek de gebeurtenissen "reduceert" tot een "ongeloofwaardig complot". Op dit afgezaagd cliché wordt steeds weer beroep gedaan wanneer voorstanders van de conventionele historiografie, van de "feel good"- geschiedschrijving, geconfronteerd worden met alternatieve interpretaties die het publiek er wel eens zouden kunnen van overtuigen dat in de recente geschiedenis niet alle narigheid het resultaat is geweest van agressie door derden of van "tragische misverstanden". Van een complot is er in mijn boek echter nergens sprake. Wel van een machtige Amerikaanse industriele en politieke elite die voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog doelbewust, actief en konsekwent met alle mogelijke middelen de eigen belangen nastreefde en dat overigens nu nog steeds doet. Denkt Coolsaet misschien dat de leiders van Amerika niet aan hun eigenbelang denken, geen plannen smeden, maar gewoon slaapwandelen van dag tot dag, en de dingen aan het toeval overlaten? Dat Washington alleen wakker schiet en naar de revolver grijpt wanneer er ergens ter wereld een Hitler de vrede en de democratie komt bedreigen? Dat Amerika alleen door de aggressie van derden of door "tragische misverstanden" in warme of koude oorlogen sukkelt? Professor Coolsaet, steek uw geleerd hoofd toch eens in een café binnen en sla daar een praatje met gewone mensen, die weten beter...

Jaap Kruithof praat met Jacques Pauwels op de Boekenbeurs in Antwerpen op zondag 5 november om 14 uur. Meer informatie op het interent: www.epo.be en www.democratisch-links.be/uitpers.

   

 

  ©  Jacques Pauwels